HET FENOMEEN CHRONOGRAM

Cijfers en letters als tekens van tijd

                   © 2001, Bernard Grothues , chronogrammist

 

Niemand weet precies wat tijd is. Toch maken we onderscheid in verleden, heden en toekomst. Is het verleden een nutteloze lading, waarvan wij ons moeten ontdoen of is de kennis van het verleden waardevol voor heden en toekomst? Een vaststaand feit is dat de betekenis van de geschiedenis ons niet met rust laat. Ons gedrag wordt immers bepaald door het verleden. Vele zaken van het heden blijven in nevelen gehuld, als we de voorgeschiedenis niet kennen. Er kan geen begrip voor eigen tijd bestaan zonder kennis van het voorafgaande. Het nieuws uit de krant, op de radio of TV is voor de helft onbegrijpelijk, als we geen kennis dragen van de geschiedenis. Zonder dit historisch kader is de informatie onvolledig en kunnen we eigenlijk niet van informatie spreken. Geschiedenis is cultuur overdragen. Deze overdracht kan op velerlei manieren gebeuren. De meest curieuze wijze waarop dit kan geschieden is door middel van een chronogram.

Wat is een chronogram en waar komt het vandaan?

Een chronogram (van het Griekse 'chronos' = tijd en gramma = schrift) is een geschreven tekst, die behalve een historisch feit of een bepaalde gedachte, tevens een jaartal verbergt. Dat jaartal kan men ontdekken door de getalwaarden van alle in de tekst voorkomende Romeinse cijferletters, die meestal gekapitaliseerd en rood of goud gekleurd zijn, achter elkaar op te tellen. Deze Romeinse cijferletters met hun waarden zijn: M=1000, D=500, C=100, L=50, X=10, W=VV=10, U=V=5, Y=IJ=II=2 en J=I=1. Hier een voorbeeld: Rembrandt werd in het jaar 1606 geboren en hij stierf in 1669. Deze twee jaartallen zijn voor altijd vastgelegd in de spreuken:

                                     "REMBRANDT IS VERSCHENEN"

(1606) en

 

"REMBRANDT IS HEENGEGAAN EN  ZIET HET EEUWIGE LICHT"

(1669)

Wanneer is het chronogram ontstaan en waar is het eerste jaarschrift terug te vinden? Voor een antwoord op deze vraag moeten we terug naar de tijd van het Oude Testament en wellicht naar een nog vroegere periode, want bij alle volkeren en in alle tijden vindt men zinnebeeldige verklaringen van getallen. De PythagoreeŽrs beschouwden het getal als het beginsel der dingen. Op grond hiervan meenden zij dat God de kosmos had geschapen in getalverhoudingen, die zij overal terugvonden. In het Oude Testament hebben b.v. de getallen 3, 4, 5, 7 en 12 een bijzondere betekenis. Onder invloed van de getallensymboliek werden in de oudheid woorden als getallen en getallen als woorden geschreven. Namen kunnen zo als getallen worden aangeduid. In de 'Apocalyps', het 'Boek der Openbaring' (XIII,18) roept Johannes beelden op, die de indruk wekken van een algehele vernietiging van de wereld: "Hier is wijsheid: wie verstand heeft berekene het getal van het Beest, want het is het getal van een mens, zijn getal is 666." Dat getal is met behulp van Hebreeuwse cijferwaarden te vinden in NRON KSR =  N(50)R(200)O(6)N(50)  K(100)S(60)R(200)  = 666, waarmee NERON KAISER = Nero Caesar,  de christenvervolger Nero of Domitianus werd bedoeld, ten tijde van de gevangenschap van Johannes op Patmos. (Domitianus werd als een 'Nero redivivus' gezien, een herrezen Nero)

Invloed van de kabbala op het chronogram

 In het begin van de 6e eeuw na Christus ontwikkelden Talmudisten en Kabbalisten de kabbala, een geheime leer over het Wezen van God en de vraag hoe Hij zich openbaart aan de mensen. Door getallenspeculatie  zocht men naar een mystieke uitleg van de woorden, die voorkwamen in de Talmud, het boek waarin alle aanvullingen op het Oude Testament zijn opgenomen, die het maatschappelijk, burgerlijk en godsdienstig leven van de Joden regelen. Deze kabbala had een magisch karakter, dat zich uitte in het aanroepen van onbekende machten met toverformules in letter- en cijfercombinaties, die vooral in amuletten gesneden, gebruikt werden  in zegen- en vervloekingformules. Zo kennen we het toverwoord ABRACADABRA, overgenomen en toegepast door de Romeinen als een praktische bezwering van de koorts.

Het chronogram geÔntroduceerd in de Zuidelijke Nederlanden

Het is goed mogelijk dat nog vůůr de ontdekking van de boekdrukkunst de kabbala in West-Europa werd geÔntroduceerd door Joodse geleerden, die zich bekeerden tot het Christelijk geloof. Zij moeten het geweest zijn, die de ideeŽn in de kloosters hebben gebracht, waardoor onder invloed van de kabbala het chronogram is ontstaan. Middeleeuwse monniken vonden in het chronogram een mogelijkheid om een tweevoudige boodschap (in woord en tijd) over te brengen. Een soort 'memoria technica' waarmee zowel de inhoud als het jaartal in een mededeling kon worden doorgegeven. De taal die hiervoor werd gebruikt was het Latijn, dat zich uitstekend daartoe leende. Immers verschillende Latijnse letters stelden tevens Romeinse cijfers voor. Oorspronkelijk waren dat de letters I=1, U=V=5, X=10, L=50, C=100, D=500 en M=1000. In de 15e eeuw, toen het Vlaams een zeker overwicht had gekregen, werden toegevoegd de letters J=I=1, Y=IJ=II=2 en W=VV=10. Maar de letter D=500 werd niet meer meegeteld. Deze kunstgreep werd toegepast door de Rederijkers, die meer vrijheid in het woordgebruik opeisten, om zodoende gemakkelijker een jaartal te kunnen vormen. In rederijkerskamers verenigden zich een deel van de stedelijke burgerij, die zich gezamenlijk wilden oefenen in het voordragen, toneelspelen, dichten en ontwerpen van chronogrammen. Het chronogram kreeg enkele gelijkbetekenende aanduidingen als jaarschrift, jaarvers, jaartalvers, tijdvers, chronicon, chronicum, Chronosticon, chronodisticon, eteosticon en incarnacioen. In het Latijnen het Grieks werden dat carmen numerale, carmen, chronologicum, carmen eteologicum, eteologicon, eteosticon, versus numeralis, versus chronologicus, versus chronographicus, versus eteologicus, chronographicum en eteomenehemericon.

 

Het frequent  voorkomen van oude chronogrammen in de Zuidelijke Nederlanden (waaronder Limburg) wettigt het vermoeden dat ze hier moeten zijn ontstaan. Het oudste exemplaar (1210) waarvan wij met zekerheid weten, dat het niet retrospectief is geschreven, komt voor op een incunabel, gevonden in het de Duitse plaats Altdorf. Het veelvuldig gebruik leidde in de 16e en 17e eeuw ertoe dat jaartalverzen een belangrijke functie kregen als inwijding-,  vierings- en herdenkingstekst. Ze waren te vinden op gebouwen, graven, altaren, klokken, triomfbogen, munten, penningen en in kronieken en geschiedwerken zoals die van Anthonis de Roovere, Pieter Bor en Pieter Cornelisz. Hooft. Door de verborgen dateringen op prenten en schilderijen kreeg het chronogram een enigmatisch karakter, zoals wij dat kunnen zien in 'De aanbidding van het Lam' van de gebroeders van Eyck uit 1432.

                                       De chronogrammist is meestal onbekend.

De knapste chronogrammisten geen bekende schrijvers of dichters. Joseph a Pinu, afkomstig uit Auerbach, een plaatsje aan de GŲltzsch in het Z-W van Saksen werd in de jaren 1550 tot 1590 bekend door dubbelverzen, die in werken van latere schrijvers zijn teruggevonden. Hij is een van de grootste pioniers geweest, die het chronogram tot literaire kunst heeft verheven. Pinu was de eerste die brochures en boeken met chronogrammen heeft geschreven. Hij slaagde erin jaarschriften in zijn tijd populair te maken, door consequent het vers in zijn correspondentie met notabelen toe te passen. Daarbij speelde zijn afkomst een niet onaanzienlijke rol, want zijn vader was privť-secretaris van Johan Frederik, de keurvorst van Saksen, die samen met Philip van Hessen de protestanten leidde tegen Karel V. Johannes Avianus, een tijdgenoot van Pinu, schreef in 1597 voor elk jaar van 1500 tot 1596 een chronogram in fraaie italieken, maar gaf de cijferletters niet aan in hoofdletters of in kleur. Van Johannes Rempen, een JezuÔet en in zijn tijd een vermaard professor in de filosofie en de theologie aan de 'Julia Academia' te Helmstedt zijn 1050 chronogrammen bekend, rond 1711 geschreven in de vorm van een 'Horatiaanse Ode'. Hierin verkondigt hij de lof van zijn oversten en neemt hij Maarten Luther en Catharina Bor op de korrel. In Antwerpen leefde omstreeks die tijd de JezuÔet Gerard Grumsel. In zijn boek 'Annus sexagesimus' schreef hij 2086 chronogrammen met betrekking tot historische gebeurtenissen in de 17e eeuw. Ook vandaag de dag worden chronogrammen geschreven. Tot de  meest vooraanstaande ontwerpers kunnen we rekenen Dr. P.T.R. Mestrom (Maastricht), Dr. P. Claes (Kessel-Lo), Heinrich HŁrfeld (Nordkirchen), L. Verbraeken (Hoogstraten) en em. past. Jos Linssen (Echt) Deze laatste schreef alleen al voor allerlei kerkelijke festiviteiten en andere gelegenheden enkele honderden jaartalverzen.

 

 

Het chronodisticon in het timpaan van de Eusebiustoren te Arnhem

 

Persoonlijk heb ik meer dan 900 chronogrammen geschreven. Bekend zijn de chronogrammen op een gedenksteen bij het kunstwerk "Parsimonia" te Heerlen (1989), op een tableau achter in de St. Laurentiuskerk te Heemskerk (1991), het "Ezelchronogram" te Heerlen (1991),  een chronodisticon op een gedenksteen  bij de kasteelpoort te Wijnandsrade (1993), een chronogram op een plaquette bij de ingang van het Enkhuizer Almanakmuseum in Enkhuizen (1995), een chronodisticon bij de klokkentoren in het middenschip van de St. Janskerk te Zutphen,  twee uurwerkchronodisticons op de klokken in het Kasteel Hoensbroek (1999) en het St. Antoniuschronogram in de kerk op de Kraneburg te Vorden (2000). De meest opmerkelijke is de in de hardsteen gebeitelde tekst in het timpaan van de Eusebiuskerk van Arnhem, onthuld op 17 november 1994. Het is een wonderlijke tekst, die niet alleen herinnert aan de voltooiing van de restauratie van de Eusebiustoren in 1994 en de herdenking van de Slag om Arnhem, precies 50 jaar geleden. Het bijzondere van dit chronodisticon is dat tevens het aantal woorden (19) en het totaal aantal letters (94) duiden op het desbetreffende jaar.

 

VOOR U STAAT HIER

EUSEBIUS RECHTOP EN FIER

VAAK BESCHOTEN EN ZO LANG GEKWELD

GERESTAUREERD EN IN PRACHT HERSTELD

(1994)

 

 

Chronicatorium ILeX

 

In 1980 werd in Sittard een Chronicatorium opgericht, een 'Bureau voor Jaarschriftonderzoek' met als doel:

       Het onderzoeken en bestuderen van chronogrammen sedert hun vermoedelijk ontstaan in de Middeleeuwen;

       Het inventariseren van alle chronogrammen, die voorkomen in Nederland en BelgiŽ;

       Het stimuleren, ontwerpen en praktisch toepassen van chronogrammen (als minder bekende, maar toch traditionele uitingsvorm) op gebouwen, kerken, kunstwerken, penningen, munten en postzegels

       Het publiceren van nieuwe vondsten in boeken, dagbladen en tijdschriften.

                       Literatuur

 

 

 

 

____________________________________________________________________________________________________________________________

 

Hoensbroek, 18 juni 2001

b.grothues@tiscali.nl